Stadportretten

Nijmegen: denksprong

Het eerste O-team traject start in Nijmegen. In dit traject vinden gemeente Nijmegen en Waterschap Rivierenland elkaar in een samenwerking die tot een ruimtelijk betere oplossing leidt. De opgave draait om de combinatie van dijkversterking en de woonwijk Hof van Holland in de Waalsprong. In deze opgave worden de ruimtelijke opgave van dijk en wijk niet apart, maar als geïntegreerde oplossing zichtbaar. Het O-team benadert drie bureaus, die vrij zijn in de koers die ze kiezen. Vervolgens stuurt het O-team met de ontwerpoefeningen expliciet op het in beeld brengen van de opgave, niet van dé oplossing. Na het traject met de ontwerpers werkten waterschap en gemeente verder aan het ineenvlechten van dijk en wijk.

Zwolle: ontwerpknoop

In Zwolle opereert het O-team in de Spoorzone: een knooppunt van infrastructuur en stadsprogramma. De opgave hier kenmerkt zich ook door een ware ophoping van partijen, ontwerpers en plannen. De grote stap die hier dankzij het O-team is gezet, is het bestuurlijk verruimen van het perspectief. Van een ov-knooppunt met een infraproject naar een gebiedsontwikkeling met bijbehorende visie over de relaties met de stad. In Zwolle gingen vier ontwerpers aan de slag, elk met een eigen opdracht. De opvatting over vakmanschap en de waardering voor het succes van de eigen bijdrage verschilt sterk bij de ontwerpers. Voor de projectorganisatie telt na afloop vooral de hernieuwde positionering van de opgave, de bestuurlijk gedragen ambitie, reparaties en nieuwe betrokkenheid in de relaties met stakeholders uit het gebied en uit de stad.

Spoorzone Zwolle

Doetinchem: parallel spoor

Doetinchem was het eerste grote project dat echt van buiten de kringen van het O-team zelf is aangedragen. Met een helder omschreven behoefte meldde de gemeentelijk projectleider zich: ‘Help ons voor de opgave rond ons centrumgebied een scenariostudie op te zetten. We zoeken daarin een goede balans tussen sturing én openheid.’ Een vraag die zeer goed past bij het O-team. Maar al snel lopen de sporen uit elkaar. De tijdsdruk op het gemeentelijk project wordt niet synchroon gezet met het traject van het O-team. De verbinding met het bestuur blijft beperkt tot de projectleider, en de sturing op de ontwerpers ligt louter bij het O-team. Daardoor lukt het niet goed om ‘in de flow’ te komen die nodig is om met elkaar te praten over de opgave áchter vragen, beelden en observaties. Doetinchem leert dat de condities om het ontwerpend onderzoek ook echt tot spreken te brengen, nauw luisteren.

Utrecht: andere orde

De programmadirecteur voor het Stationsgebied nodigt het O-team uit. Hij herkent dat de opgave daar het project overstijgt. Het momentum wordt bepaald door de potentie van het knooppunt, samen met de politieke wens om ruimte te geven aan een duurzame, gezonde en intense verstedelijking. Maar bij het maken van een structuurvisie voor het Stationsgebied blijkt de opgave toch een maatje groter dan gedacht. Het O-team legt met de keuze van de drie ontwerpers hier op drie manieren bloot dat een hogere mate van kwaliteit is te bereiken. De potentie van deze bijdragen is groot, maar wordt door de beperkte kring om het traject heen niet ten volle benut. Dat constateren alle betrokkenen eind 2016, maar dat wil niet zeggen dat de kous af is: de geest is uit de fles.