Weblog

Het veranderde werkveld van de stedenbouwkundige

Decennia lang heeft groei en vastgoedontwikkeling in hoge mate de ruimtelijke ordening bepaald. Groei zorgde voor programmatische druk en voor waardevermeerdering van gronden. Hiermee kwam geld vrij voor infrastructuur, openbare ruimte, natuur en landschap, kunst en cultuur. Op papier zijn veel gemeenten, corporaties en andere grondeigenaren rijk geworden; een luchtbel die met de financiële crises is doorgeprikt.

De groei zorgde voor urgentie voor nieuwe woon- en werkmilieus. Hierdoor verenigden partijen zich en werkten samen aan de groei. Eerst vooral kwantitatief en, mede door de mondige en veeleisende burger, steeds meer kwalitatief.

Verdwijnen financieringsmodel

Met het wegvallen van de programmatische druk en gebrek aan vastgoedontwikkeling, verdween ook het financieringsmodel waarmee gebiedsontwikkeling groot is geworden. Dit heeft een enorme impact gehad op het werkveld van de stedenbouwkundige. Tegelijkertijd zijn er kansen ontstaan. Door de zoektocht van vele partijen om de economie en ruimtelijke ontwikkeling weer in beweging te krijgen is ruimte ontstaan voor nieuwe inzichten.

Niet vastgoedontwikkeling maar creatieve oplossingen zoeken voor majeure problemen zijn de thema’s geworden waar het nu in de ruimtelijke ontwikkeling om draait. Problemen zoals klimaatverandering, voedselproductie, energietransitie, gezondheid. Maatschappelijke trends en technologische ontwikkelingen zorgen voor een trendbreuk in het vakgebied.

Impact van technologische ontwikkeling

Technologische vooruitgang heeft een enorme impact op het dagelijks leven van mensen. Door ICT en open data ontstaan nieuwe economieën, door nanotechnologie ontstaan nieuwe ontwikkelingen in de bouw. Maar ook in de zorg ontstaan door smart mobility en smart industry, nieuwe mogelijkheden om ruimte te gebruiken. Denk alleen maar aan impact van zelf bestuurbare auto’s voor de inrichting van de wegen en de files. En het effect van smart factories op de nieuwe maakindustrie.

Nu groei niet meer de motor is voor ontwikkeling moeten er anderen wegen worden gezocht voor de gewenste agglomeratiekracht. Begrippen als borrowed size, borrowed quality zijn de afgelopen jaren in opkomst. Ze worden gezien als oplossing om door het lenen van massa en kwaliteit van anderen om interessant te worden en blijven als stedelijke regio. Connectiviteit is daarvoor essentieel. Het gaat steeds meer om het verbinden van interessante plekken en creëren van ontmoetingsplekken. Om het maken van aantrekkelijke en betekenisvolle plekken waar mensen graag samenkomen. Om cross overs tussen sectoren en nieuwe ontdekkingen worden gedaan.

Bouwen aan een ander Nederland

Mede door de technologische vooruitgang gaan we bouwen aan een ander Nederland. Niet voor niets is er het programma Nederland wordt Anders. Er is binnen de groep vakgenoten een grote overtuiging dat de inrichting van Nederland gaat veranderen. De nieuwe Omgevingswet zal dat ondersteunen. Minder overheid, meer zelfredzaamheid van de samenleving en tegelijkertijd meer zorg voor diegenen die daarin niet mee kunnen komen. De positieve kant is dat door meer keuzevrijheid en maatwerk oplossingen, er meer ruimte komt voor individuele expressie en zelfontplooiing. Wat in de ruimtelijk zin vertaald kan worden door meer eigenheid, karaktervolle en betekenisvolle gebieden. Meer variatie en contrasten, wat de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit ten goed zal komen.

Zelfvoorzienend en zelfredzaam

Mijn stip op de horizon is een Nederland dat voor een deel zelfvoorzienend en zelfredzaam is. Waar een netwerksamenleving is ontstaan met interessante en onverwachte samenwerkingsverbanden. Met als resultaat gebieden die meerdere dimensies in zichzelf hebben en voor meerdere doeleinden gebruikt worden. Waar mensen zelf verantwoordelijkheid nemen in het zorgen voor elkaar en hun omgeving.

Om deze richting op te gaan is er een trendbreuk noodzakelijk. De wijze waarop de democratische legitimatie is georganiseerd zorgt niet voor de gewenste snelheid. Snelheid om in te spelen op trends, ontwikkeling en opgaven. Zoals bijvoorbeeld energietransitie, klimaatverandering en voedselproductie.

De overheid moet zich concentreren op overstijgende opgaven. Ze moet de condities scheppen waarbinnen private en maatschappelijke partijen hun rol en verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dus steviger sturen op de stip op de horizon en meer vrijheden toestaan in de weg er naar toe. Meer ruimte voor pionieren en proeftuinen, maar wel binnen heldere kaders. Op dit moment zie je al overal free zones ontstaan, living labs, energie coöperaties, stadinitiatieven. Maar dat zijn nu nog te veel uitzonderingen en probeersels.

De stip op de horizon

Verschillende factoren blokkeren de stip op de horizon. De huidige grondpolitiek, de sectoraal georganiseerde overheid, de risicomijdende investeerders, behoudende ondernemers en afwachtende burgers. Vaak wordt naar elkaar gewezen, terwijl iedereen moet bewegen. Iedereen moet binnen zijn eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden onderzoeken wat anders en beter kan. En hoe je van waarde kunt zijn voor anderen zodat nieuwe samenwerkingsverbanden en daarmee nieuwe economie kan ontstaan.

Door de technologische kennis toe te passen op de inrichting van Nederland, ontstaan nieuwe concepten. Concepten die overdraagbaar zijn en de internationale positie van Nederland als kennisland en gidsland versterken. Maar ook een aanzuigende werken hebben voor internationale bedrijven en kenniswerkers.